Nieuws lever


balk2.jpg (42734 bytes)

Google


Terug naar het menu


Vals alarm bij borstkanker heeft een negatieve invloed op de gezondheid

De psychologische belasting van de mededeling dat je borstkanker zou kunnen hebben kan zwaar zijn, zelfs als later blijkt dat het een vals alarm geweest is. Dit is het resultaat van nieuw onderzoek van de Universiteit van Kopenhagen, dat recentelijk gepubliceerd is in het wetenschappelijke tijdschrift “Annals of Family Medicine”.

Lees verder


Video - Zwitserse medische raad wil mammografie stoppen

The Swiss Medical Board recommends that no new mammography screening programmes should be introduced in Switzerland and that the existing ones should be phased out.


Screenen van borstkanker met mammografie

  • Wat zijn de voor- en nadelen van het toepassen van borstkankeronderzoek?

  • Hoeveel mensen hebben er baat bij en hoeveel mensen worden erdoor geschaad?

  • Wat is het wetenschappelijk bewijs hiervoor?


Wat je altijd al wilde weten over screenen op borstkanker.

Vertaling: Pauline Laumans

Gepubliceerd door het “Nordic Cochrane Centre” 2012/2.


Inhoud

Samenvatting

Wat is screenen?

Voordelen.

Nadelen.

Documentatie van feiten en figuren.

Voordelen.

Nadelen.

Waarom hebben we deze folder geschreven?

Referenties.

 

Geschreven door: Peter C. Gøtzsche, professor, hoofdarts, DrMedSci, directeur, The Nordic Cochrane Centre, Rigshospitalet, Copenhagen, Denmark.

Ole J. Hartling, hoofdarts, DrMedSci, vroegere voorzitter, The Ethical Council, Denmark.

Margrethe Nielsen, vroedvrouw, MSc, docent, Metropolitan University College, Copenhagen, Denmark.

John Brodersen, universitair hoofddocent, general practitioner, PhD, University of Copenhagen, Denmark.

Deze folder is verkrijgbaar bij www.cochrane.dk and www.screening.dk.

Januari 2012 (tweede editie. Eerste editie is gepubliceerd Januari 2008)

Samenvatting

Toen we deze folder voor het eerst publiceerden in 2008 was de samenvatting als volgt: Het klinkt aannemelijk om voor het borstkankeronderzoek gebruik te maken van mammografie (röntgenfoto van de borsten), maar het kan ook aannemelijk zijn om daar niet aan deel te nemen omdat deze manier van screenen zowel voor- als nadelen heeft.

Wanneer 2000 vrouwen regelmatig gedurende tien jaar worden gescreend heeft er één voordeel bij omdat ze daarmee kan vermijden dat ze doodgaat aan borstkanker. Tegelijkertijd worden tien gezonde vrouwen ten gevolge van dit screenen behandeld als kankerpatiënt. Bij hen wordt of een deel, of de gehele borst geamputeerd en vaak krijgen ze bovendien ook nog radiotherapie of chemotherapie.

Verder worden ongeveer 200 gezonde vrouwen geconfronteerd met een vals alarm. De mentale stress die er is tot het moment dat men weet of het al dan niet kanker is en zelfs nadien kan een grote impact hebben.

Deze aantallen zijn afgeleid uit willekeurige onderzoeken m.b.t. röntgenfoto’s van de borsten. Echter, sinds deze vorm van onderzoek wordt uitgevoerd, is de behandeling van borstkanker aanzienlijk verbeterd. Recentere studies suggereren dat onderzoek door röntgenfoto’s van de borsten mogelijk niet langer effectief bijdraagt aan het verminderen van de risico’s om aan borstkanker te overlijden.

Deze vorm van onderzoek brengt vrouwen naar voren met mogelijke borstkanker die anders nooit symptomen van borstkanker geproduceerd zouden hebben. Het behandelen van deze gezonde vrouwen verhoogt het risico op overlijden, hartziekten of kanker.

Het is daarom niet langer aannemelijk om deel te nemen aan dergelijk borstkankeronderzoek. Feitelijk verlaagt het niet meedoen hieraan de diagnose borstkanker. Desondanks echter zullen sommige vrouwen nog steeds willen meedoen aan dergelijk onderzoek.

Wat is screenen?

Screenen betekent een groep mensen onderzoeken om zodoende een ziekte waar te nemen of zij die een verhoogd risico lopen op de ziekte. In veel landen wordt er elke twee of drie jaar aan vrouwen tussen de vijftig en negenenzestig jaar een röntgenonderzoek van de borsten gegeven. Het doel van dit screenen is vrouwen te vinden met borstkanker en hen een behandeling in een vroeg stadium te geven.

Screenen d.m.v. röntgenfoto’s van de borsten heeft zowel voor- als nadelen. Het doel van deze folder is elke vrouw te helpen om de voors en tegens af te wegen in het licht van hun eigen voorkeuren, zodat ze een individueel besluit kunnen nemen of ze al dan niet aan dit onderzoek meedoen.

Als er niets abnormaals gevonden wordt bij dit screenen, voelen de vrouwen zich overtuigd dat ze gezond zijn. Maar bijna alle vrouwen voelden zich gezond voordat ze uitgenodigd werden voor dit onderzoek. Ook de uitnodiging voor dit onderzoek kan al onzekerheid teweegbrengen. Daarom creëert screenen zowel zekerheid als onzekerheid.

Voordelen

Verminderd risico op sterven aan borstkanker – Regelmatig screenen d.m.v. mammografie kan borstkanker niet voorkomen, maar het kan misschien wel het risico verminderen om eraan te sterven. Een systematische beoordeling van de opeenvolgende onderzoeken met mammografie laat zien dat als 2000 vrouwen regelmatig gedurende tien jaar worden gescreend er één baat heeft van dit screenen omdat ze vermijd dood te gaan aan borstkanker. Dit omdat vroegtijdig de kanker wordt ontdekt.

Sinds deze onderzoeken plaatsvinden, is de behandeling van borstkanker aanzienlijk verbeterd. De hedendaagse vrouw vraagt in een vroeger stadium medisch advies als ze iets ongewoons in haar borsten bemerkt. Aanvullend zijn de diagnose en behandeling gecentraliseerd in veel landen en worden nu uitgevoerd door teams van borstkankerexperts.

Door deze verbeteringen is screenen tegenwoordig minder effectief en nieuwe studies suggereren dat mammografisch screenen niet langer effect heeft op het reduceren van borstkankersterfte (zie de onderstaande documentatie met feiten en figuren).

Screenen laat het algemene stervensrisico niet afnemen of het algemene risico om te sterven aan kanker (inclusief borstkanker).

Nadelen

Overdiagnose en overbehandeling -  Sommige kankers en de eerste celwijzigingen (carcinoma in situ) die gevonden worden door het screenen, groeien zo langzaam dat ze zich nooit zouden ontwikkelen tot echte kanker. Veel van deze pseudo kankers die op deze manier ontdekt worden, kunnen ook spontaan verdwijnen als ze met rust gelaten worden en niet behandeld worden. Het is niet mogelijk om het verschil te vertellen tussen kwaadaardige en ongevaarlijke celveranderingen en kankers, alles wordt behandeld. Dus leidt screenen bij veel vrouwen tot een behandeling van kanker die ze niet hebben en ook niet zouden krijgen. Gebaseerd op opeenvolgende onderzoeken blijkt het volgende.

 Als 2000 vrouwen gedurende tien jaar worden gescreend dan worden tien gezonde vrouwen veranderd in kankerpatiënten en worden ze onnodig behandeld. Deze vrouwen wordt een deel van de borst of de hele borst geamputeerd en vaak ontvangen ze radiotherapie en soms ook chemotherapie. Behandeling van deze gezonde vrouwen verhoogt het gevaar dat ze doodgaan aan bijvoorbeeld een hartkwaal of aan kanker. Ongelukkigerwijs worden vaak de eerste vormen van celverandering (carcinoma in situ) op verschillende plekken in de borst gevonden. Daarom wordt in een op de vier gevallen de hele borst geamputeerd, terwijl maar een minderheid van die celverandering zich zou ontwikkelen in kanker.

 

Meer uitgebreide chirurgie en nabehandeling -  Voor vrouwen waarbij tijdens het screenen een klein “echt” kanker wordt gediagnosticeerd, is de operatie en de nabehandeling mogelijk minder uitgebreid dan wanneer de kanker in een later stadium wordt ontdekt. Echter, wanneer het screenen ook leidt tot overdiagnose en dientengevolge overbehandeling van gezonde vrouwen, dan wordt bij veel vrouwen de borst verwijderd door dit screenen dan wanneer ze niet gescreend zouden zijn. Ook krijgen veel vrouwen onnodig radiotherapie.

Vals alarm – Als de röntgenfoto iets laat zien dat mogelijk op kanker wijst dan wordt ze opgeroepen voor verder onderzoek. In sommige gevallen blijkt dan dat het onschuldig blijkt en dat het dus een vals alarm is.

Als 2000 vrouwen gedurende tien jaar regelmatig worden gescreend dan ervaren ongeveer 200 gezonde vrouwen een vals alarm. De psychologische stress die ze ervaren totdat ze weten of het al dan niet kanker is, kan heel zwaar zijn. Veel vrouwen ervaren angst, zorgen, woede, moedeloosheid, slaapproblemen, veranderingen in de relaties met familie, vrienden en kennissen en een verandering in de seksuele lust. Dit kan zich maanden voortslepen en op den duur voelen deze vrouwen zich kwetsbaar ten opzichte van ziektes en bezoeken ze vaker een arts.  

Pijn tijdens het onderzoek – De borst wordt plat geperst tussen twee platen terwijl de röntgenfoto wordt genomen. Het duurt maar een ogenblik, maar de helft van de vrouwen ervaart dit als pijnlijk.

Valse zekerheid –  Deze vorm van onderzoek kan niet alle kanker ontdekken. Daarom is het belangrijk dat een vrouw naar de arts gaat als ze een knobbel in haar borst voelt, zelfs als ze recentelijk een borstonderzoek heeft gehad.

Documentatie van feiten en figuren

In wetenschappelijke publicaties en in een boek (1), hebben we in detail uitgelegd waarom voorlichting over de voor- en nadelen van borstkankeronderzoek nodig is. Voorlichting die verstrekt moet worden bij de uitnodiging voor dit onderzoek (1-3) en op websites van goede doelen m.b.t. kanker en andere belangengroepen (1,4) is vaak misleidend. Wij voorzien in achtergrondinformatie door middel van de hieronder geplaatste folder.

Voordelen

De meest betrouwbare resultaten komen van onderzoeken waar vrouwen willekeurig toegewezen worden om op deze manier al dan niet gescreend worden. Ongeveer 600.000 gezonde vrouwen hebben deelgenomen aan dergelijke onderzoeken (5). De helft daarvan werd in Zweden uitgevoerd. Een beoordeling van deze Zweedse onderzoeken in 1993 laat zien dat het screenen de borstkankersterfte met 29% laat dalen (6).

Terwijl dit een groot effect lijkt te zijn, komt hierna wat die 29% feitelijk betekent. De beoordeling laat zien dat na tien jaar screenen, deze vermindering van borstkankersterfte overeenkomt met één op de 1000 vrouwen die daarmee vermijdt om te sterven aan borstkanker. Het voordeel van screenen is dus erg klein. De reden hiervoor is dat in een periode van tien jaar slechts 3 op de 1000 vrouwen borstkanker krijgen en eraan sterven. De absolute afname van borstkankersterfte was daarom slechts 0.1% (1 op de 1000) na tien jaar Zweeds onderzoek. Gedurende meer dan tien jaar screenen kan dan misschien het voordeel vergroten, het vergroot ook de nadelen.

De reden dat we slechts een periode van tien jaar beschrijven is dat er geen betrouwbare data over een langere tijd bestaan.

Een andere beoordeling van Zweedse onderzoeken uit 2002 laat een afname zien in de sterfte aan borstkanker van slechts 15% met een berekenmethode en 20% met een andere methode (7).

De twee beoordelingen van de Zweedse onderzoeken hebben de tekortkoming dat de onderzoekers zich geen rekenschap gaven van het feit dat sommige onderzoeken beter zijn uitgevoerd en daarom betrouwbaarder zijn dan andere (5).

De meest grondige evaluatie van al de opeenvolgende onderzoeken staat in het Cochrane overzicht (5). Hier is de verminderde sterfte aan borstkanker in de meest betrouwbare onderzoeken 10% en in de minst betrouwbare onderzoeken 25%. Omdat onbetrouwbare onderzoeken vaak het effect overschatten, wordt de vermindering geschat op 15% (5).

Een andere betrouwbare evaluatie van de onderzoeken door onafhankelijke onderzoekers werd uitgevoerd door de  Preventieve Service Task Force in de Verenigde Staten. Deze onderzoekers vonden een afname van 16% (8).

Dus vonden deze twee systematische overzichten een effect op borstkankersterfte die slechts half zo groot was als in het eerste Zweedse overzicht uit 1993. Dit betekent dat regelmatig screenen van 2000 vrouwen gedurende tien jaar nodig is om één van hen te redden van borstkankersterfte. De absolute afname van borstkankersterfte is daarom slechts 0.05%.

Screenen vermindert niet het risico om dood te gaan of het risico om te sterven aan kanker (inclusief borstkanker) (5). Het lijkt erop dat vrouwen die zich laten screenen niet langer leven dan vrouwen die zich niet laten screenen.

Sinds de opeenvolgende onderzoeken zijn uitgevoerd, hebben zich belangrijke verbeteringen in diagnose en behandeling voorgedaan. Dit betekent dat het effect van screenen daardoor nu afneemt. Recente goed uitgevoerde studies suggereren dat screenen niet langer effectief is (1,9).

In Denemarken bijvoorbeeld is het onderzoek in twee regionen uitgevoerd wat overeenkomt met 1/5 deel van de bevolking. Gedurende zeventien jaar werd aan de andere vrouwen in het land geen screening aangeboden en slechts enkele van hen werden mammografisch gescreend. De jaarlijkse afname van borstkankersterfte in de leeftijdsgroep die haar voordeel zou kunnen doen met screenen was in de gebieden waar gescreend werd 1% en in de niet gescreende gebieden 2%. Bij vrouwen die te jong waren om te profiteren van het screenen was de afname groter; respectievelijk 5% en 6% (10). Dit betekent dat deze afname in borstkankersterfte niet veroorzaakt werd door het screenen, maar door een betere behandeling.

Vrouwen onder de vijftig jaar worden zelden gescreend in Europa. Toch was er een daling van 37% in borstkankersterfte tussen 1989 en 2005 bij deze vrouwen, terwijl slechts 21% van de vrouwen een leeftijd had tussen de 50 en 69 jaar (11). De afname begon voordat het screenen georganiseerd plaatsvond in veel landen.

Een vergelijking met drie paar Europese buurlanden waar het screenen tien tot vijftien jaar daarvoor was geïntroduceerd, laat geen relatie zien tussen het moment waarop dit onderzoek begon en een afname in borstkankersterfte (12). De afname in borstkankersterfte is ongeveer hetzelfde in al deze zes Europese landen evenals in de Verenigde Staten (13).

Een Australische studie laat zien dat de meeste zo niet alle vermindering van borstkankersterfte kan worden toegewezen aan een verbeterde behandeling (hormonaal en chemotherapie) (14).

Publiekelijke gegevens en de grootte van tumoren geven een verklaring voor deze negatieve bevindingen (1). Als screenen de aanwezigheid van geavanceerde kankers niet kan verminderen dan werkt het niet. Een systematisch overzicht van studies in zeven landen laat zien dat het  aantal geavanceerde borstkankers (gedefinieerd als kwaadaardige tumoren groter dan 20 mm) niet werd beïnvloed door het screenen (15).

Nadelen

De opeenvolgende onderzoeken laten zien dat door screenen het aantal vrouwen dat wordt gediagnosticeerd met borstkanker en die worden behandeld gestegen is met 30%, in vergelijking met het aantal vrouwen in de groep die niet waren gescreend (5). Dit hoge niveau van overdiagnose wordt ook gevonden in studies met grote groepen mensen in veel Europese landen, de Verenigde Staten, Canada en Australië. Een systematische beoordeling van landen waar het screenen georganiseerd gebeurt, laat een overdiagnose van 52% zien (16). In Denemarken die een niet gescreende controlegroep had, was de overdiagnose 33% (17).

Met behulp van de Cochrane beoordeling (5) kan worden berekend wat een overdiagnose van 30%  betekent voor vrouwen. In de onderzoeken in Canada en Malmö (Zweden) werd ofwel de hele borst of een deel ervan  geamputeerd van de 1424 vrouwen die gescreend waren en bij 1083 vrouwen in de niet gescreende controlegroep. Omdat de controlegroep bestond uit 66.154 vrouwen bedroeg de overdiagnose die plaatsvond  (1424-1083)/66.154 x 2000 = 10 vrouwen per 2000 gescreende vrouwen.

Dus als je 2000 vrouwen screent, krijgen tien gezonde vrouwen de diagnose kanker, terwijl ze die niet gekregen zouden hebben als ze niet waren gescreend. Ze hebben borst chirurgie gehad en vaak ook andere behandeling alsof ze kankerpatiënt waren. Zonder het screenen zouden ze oké zijn geweest.

Onderzoeken uit de Verenigde Staten, Zweden en Noorwegen suggereren dat de helft of meer van de door middel van dit screenen gevonden kankers spontaan zouden zijn verdwenen als ze met rust zouden zijn gelaten (18). Veel van de eerste celveranderingen (carcinoma in situ)  die tijdens het screenen worden gevonden zijn onschuldig omdat ze zich nooit zouden ontwikkelen tot indringende kanker (5).

De Cochrane resultaten laten zien dat de borst bij 20% meer vrouwen is geamputeerd in de gescreende groep dan in de controlegroep (5). Andere onderzoeken tonen ook aan dat er bij meer vrouwen de borsten worden verwijderd wanneer screening plaatsvindt dan wanneer er niet gescreend wordt (5). Deze waarnemingen worden bevestigd door gegevens van zowel de Deense (9) als de Noorse (19) screening programma’s. Ook in het Verenigd Koninkrijk werd de hele borst geamputeerd bij 29% van de gevallen waar de kankercellen in een vroeg stadium zijn gevonden maar niet uitgezaaid, terwijl dit de voorvallen zouden moeten zijn waarbij een minder uitgebreide operatie uitgevoerd had kunnen worden (20).

De psychologische stress die er is totdat men weet of het al dan niet kanker is, kan ernstige vormen aannemen (5,21). In de Verenigde Staten is berekend dat na tien screeningrondes 49% van de gezonde vrouwen een vals alarm krijgen (22). In Noorwegen heeft 21% een vals alarm ervaren na tien screeningrondes (23).  De aantallen in Noorwegen en andere landen zijn echter te laag door het terugroepen van mensen door een slechte technische kwaliteit van het mammogram die doorgaans niet is meegenomen in de resultaten (23). Omdat de vrouwen net zo worden belast bij een terugroepactie als wanneer er een verdenking van kanker is (21), moet het worden meegenomen in de berekeningen als vals alarm. In Kopenhagen heeft 13% een vals alarm ervaren gedurende tien jaar  screenen in vijf rondes (24).  Wanneer we 10 % nemen als het algemene gemiddelde voor Europa, dan komt dit overeen met 200 gezonde vrouwen op elke 2000 vrouwen die gedurende tien jaar zijn gescreend.

Zoals al eerder gemeld, ervaren ongeveer de helft van de vrouwen bij een mammografie pijn wanneer de borst wordt samengeperst. Dit blijkt uit systematische beoordeling van de relevante onderzoeken (25).

Waarom hebben we deze folder geschreven?

In 1999,  toen er twijfel ontstond in Denemarken over de kwaliteit van mammografisch screenen, heeft de Deense Nationale Gezondheidsraad de arts en wetenschapper Peter C Gøtzsche van the Noorse Cochrane Centrum gevraagd om een assessment van het mammografisch screenen (1).  Het onderzoeksverslag werd later uitgebreid als een Cochrane beoordeling (5), wat de meest uitgebreide beoordeling van screening onderzoeken is.

Dit Noorse Cochrane Centrum is een onafhankelijk onderzoeksinstituut dat meer onderzoek over mammografisch screenen heeft gepubliceerd dan elk ander onafhankelijk instituut. Nadat we in 2006 een kritische beoordeling hadden gepubliceerd  met betrekking tot uitnodigingen voor dit screenen in veel landen inclusief Denemarken (2),  heeft de Deense Nationale Gezondheidsraad een vergadering belegd waarin het ging om suggesties aan te dragen voor hun informatiefolder.

De vier auteurs van de folder die je nu leest, waren uitgenodigd voor deze vergadering. De Deense Nationale Gezondheidsraad heeft geen aandacht besteed aan hun commentaren en publiceerde een herschreven folder waarvan de auteurs van deze folder dat u nu leest vonden dat het ernstige fouten bevat (1). We hebben daarop besloten om onze eigen folder te schrijven die we in 2008 publiceerden nadat we het zorgvuldig hadden getest zowel onder gezondheidsmedewerkers als onder leken.

Omdat ook de officiële folder in het Verenigd Koninkrijk net zo misleidend was als dat van de Deense Nationale Gezondheidsraad, en zij die het aanpasten in beide gevallen ongevoelig waren voor goede argumenten net als de Raad, schreven wij een wetenschappelijk artikel over de tekortkomingen in de folder van het Verenigd Koninkrijk. We publiceerden onze bevindingen in het Britse Medische Tijdschrift in 2009 samen met een vertaling van onze eigen folder (3).

Het Centrum voor Medische Gebruikers in de Verenigde Staten noemde onze folder "de eerste eerlijke informatie over mammagrafie voor vrouwen geschreven door gezondheidsprofessionals" (1). We nemen aan dat dit de reden is dat vrijwilligers deze folder in andere talen hebben vertaald zodat het nu al in 13 talen beschikbaar is.

De informatie die vrouwen krijgen als ze uitgenodigd worden voor een onderzoek met behulp van mammografie is onvoldoende, eenzijdig en bevatte fouten (1-3). De uitnodigingen benadrukken de voordelen van het screenen maar beschrijven niet hoe veel gezonde vrouwen schade ondervinden door overdiagnose en overbehandeling. Wanneer vrouwen de uitnodiging voor dit onderzoek ontvangen, is de praktijk vaak dat ze tegelijk met de uitnodiging een onderzoeksafspraak krijgen. Dit zet de vrouwen onder druk om mee te doen. Hierdoor wordt hun deelname minder vrijwillig. In sommige landen worden ze zelfs thuis gebeld en aangemoedigd om mee te doen wat zelfs een potentiële dwangmaatregel genoemd mag worden.

Informatie op het internet en bij kankerinstituten laat vaak de meest belangrijke schade achterwege of ze worden omschreven als voordelen. Bijvoorbeeld door te stellen dat het screenen het risico om hun borst te verliezen laat afnemen (1). Dit is onwaar, omdat juist overdiagnose en overbehandeling na het screenen het risico op mastectomie (borstamputatie) doet toenemen.

We bevelen de volgende websites aan als u meer informatie wilt:

• the National Breast Cancer Coalition (www.stopbreastcancer.org), de leden zijn hoofdzakelijk vrouwen met borstkanker

• the Center for Medical Consumers (www.medicalconsumers.org)

Deze folder voorziet in noodzakelijke basisinformatie over de voor- en nadelen van het screenen m.b.v. mammografie om daarmee vrouwen en hun familie en eventueel de behandelende arts in staat te stellen om een vrije en wel overwogen besluit te nemen om deel te nemen aan een dergelijk onderzoek.

Deze folder is verkrijgbaar bij www.cochrane.dk en www.screening.dk. We heten commentaar en kritiek welkom bij  general@cochrane.dk.

Referenties

1. Gøtzsche PC. Mammography screening: truth, lies and controversy. London: Radcliffe Publishing; 2012.

2. Jørgensen KJ, Gøtzsche PC. Content of invitations to publicly funded screening mammography. BMJ 2006;332:538-41.

3. Gøtzsche P, Hartling OJ, Nielsen M, et al. Breast screening: the facts - or maybe not. BMJ 2009;338:446-8.

4. Jørgensen KJ, Gøtzsche PC. Presentation on websites of possible benefits and harms from screening for breast cancer: cross sectional study. BMJ 2004;328:148-51.

5. Gøtzsche PC, Nielsen M. Screening for breast cancer with mammography. Cochrane Database Syst Rev 2009;4:CD001877 (available at www.cochrane.dk).

6. Nyström L, Rutqvist LE, Wall S, et al. Breast cancer screening with mammography: overview of Swedish randomised trials. Lancet 1993;341:973–8.

7. Nyström L, Andersson I, Bjurstam N, et al. Long-termeffects ofmammography screening: updated overview of the Swedish randomised trials. Lancet 2002;359:909-19.

8. Humphrey LL, Helfand M, Chan BK, et al. Breast cancer screening: a summary of the evidence for the U.S. Preventive Services Task Force. Annals of Internal Medicine 2002;137(5 Part 1):347–60.

9. Jørgensen KJ, Keen JD, Gøtzsche PC. Is mammographic screening justifiable considering its substantial overdiagnosis rate and minor effect on mortality? Radiology 2011;260:621-6.

10. Jørgensen KJ, Zahl PH, Gøtzsche PC. Breast cancer mortality in organised mammography screening in Denmark: comparative study. BMJ 2010;340:c1241.

11. Autier P, Boniol M, La Vecchia C, et al. Disparities in breast cancer mortality trends between 30 European countries: retrospective trend analysis of WHO mortality database. BMJ 2010;341:c3620.

12. Autier P, Boniol M, Gavin A, et al. Breast cancer mortality in neighbouring European countries with different levels of screening but similar access to treatment: trend analysis of WHO mortality database. BMJ 2011;343:d4411.

13. Bleyer A. US breast cancer mortality is consistent with European data. BMJ 2011;343:d5630.

14. Burton RC, Bell RJ, Thiagarajah G, et al. Adjuvant therapy, not mammographic screening, accounts for most of the observed breast cancer specifi c mortality reductions in Australian women since the national screening program began in 1991. Breast Cancer Res Treat. Epub 2011 Sep 29.

15. Autier P, Boniol M, Middleton R, et al. Advanced breast cancer incidence following population based mammographic screening. Ann Oncol 2011;20 Jan [Epub ahead of print].

16. Jørgensen KJ, Gøtzsche PC. Overdiagnosis in publicly organised mammography screening programmes: systematic review of incidence trends. BMJ 2009;339:b2587.

17. Jørgensen KJ, Zahl P-H, Gøtzsche PC. Overdiagnosis in organised mammography screening in Denmark: a comparative study. BMC Women's Health 2009;9:36.

18. Zahl PH, Gøtzsche PC, Mæhlen J. Natural history of breast cancers detected in the Swedish mammography screening program; a cohort study. Lancet Oncol 2011 Oct 11 [Epub ahead of print].

19. Suhrke P, Mæhlen J, Schlichting E, et al. Effect of mammography screening on surgical treatment for breast cancer in Norway: comparative analysis of cancer registry data. BMJ 2011;343:d4692.

20. NHS cancer screening programmes. BASO Breast Audit 1999/2000. www.cancerscreening.nhs.uk/breastscreen/publications.html (accessed Dec 12, 2001).

21. Brodersen J. Measuring psychosocial consequences of false-positive screening results - breast cancer as an example (ph.d.-afhandling). Department of General Practice, Institute of Public Health, Faculty of Health Sciences, University of Copenhagen. Månedsskrift for Praktisk Lægegerning 2006 (ISBN 87-88638-36-7).

22. Elmore JG, Barton MB, Moceri VM, et al. Ten-year risk of false positive screening mammograms and clinical breast examinations. N Engl J Med 1998;338:1089–96.

23. Hofvind S, Thoresen S, Tretli S. The cumulative risk of a false-positive recall in the Norwegian Breast Cancer Screening Program. Cancer 2004;101:1501-7.

24. Njor SH, Olsen AH, Schwartz W, et al. Predicting the risk of a false-positive test for women following a mammography screening programme. J Med Screen 2007;14:94-7. 

25. Armstrong K, Moye E, Williams S, et al. Screening mammography in women 40 to 49 years of age: a systematic review for the American College of Physicians. Ann Intern Med 2007;146:516-26.

Ander relevante literatuur: 

Welch H. Should I be tested for cancer? Maybe not and here’s why. Berkeley: University of California Press; 2004.

Vainio H, Bianchini F. IARC Handbooks of Cancer Prevention. Vol 7: Breast Cancer Screening. Lyon: IARC Press, 2002.

Meer informatie kunt u krijgen van uw arts.


Terug naar het menu


 

 


 


View My Stats