Column Hans Zevenboom – Het weten

Geloof niet wat u hebt gehoord

Geloof niet in traditie, want die is door vele generaties doorgegeven.

Geloof niet in dat waarover vele malen is gesproken.

Geloof niet in opgetekende verklaringen die uit eenoudergezin sage afkomstig zijn.

Geloof niet in theorieën.

Geloof niet in de overheid of leermeesters of de ouden.

Maar wanneer na zorgvuldige waarneming en analyse

blijkt dat het overeenstemt met de rede, en dat het

iedereen, niemand uitbel der, ten goede zal komen,

aanvaard het dan en leef ernaar.

 

(Boeddha, 563-483 )

 

1.0 Inleiding

 

Het belangrijkste woord in het citaat van Boeddha is ‘geloof’ of nog veel beter gezegd ‘geloof-niet’. Alles wat de mens met zich meedraagt in de vorm van geloof, is grotendeels afkomstig van de verklaringen en uitspraken van anderen. Maar als het vanuit een bron buiten jezelf afkomstig is, dan maakt het niet uit of dat met aandrang werd gedaan, of hoeveel mensen die met jezelf waren te vergelijken, moeite hebben gedaan om je van de waarheid van dat ene geloof te overtuigen. Het blijft dan alsnog een feit dat het de waarheid van een ander is.

Als ik een poging zou ondernemen om je ervan te overtuigen hoe heerlijk een bepaalde vis smaakt, zou je misschien het wel willen geloven, maar nog steeds twijfels hebben. Zou ik je afbeeldingen van die vis laten zien, en honderden mensen erbij halen om je te overtuigen, dan raak je misschien al wat meer overtuigd. Toch zou er nog wat twijfel blijven, omdat je hem niet zelf hebt geproefd. Je bent misschien bereid om te accepteren dat het voor mij een verrukkelijke vis is, maar totdat je eigen smaakpapillen die vis hebben geproefd, is jouw waarheid uitsluitend gebaseerd op mijn waarheid, op mijn ervaringen. En dat geldt voor alle goedbedoelende mensen!

Ook al hebben de meest vooraanstaande leermeesters het onderschreven, toch blijft het onjuist om een geloof aan te hangen uitsluitend, omdat je erover hebt horen praten. Denk aan wat Boeddha daarover zegt: ‘Geloof het niet’.

2.0 Het geloof

‘Een geloof belijden is een ding; geloof verwezenlijken is iets anders’

Geloven is een psychische toestand waarin iemand verkeert en die bereid is om onder bepaalde voorwaarden een bepaalde bewering voor waar aan te nemen. Geloven in dit verband is als een inschatting die iemand maakt dat een bewering met een zekere waarschijnlijkheid waar of onwaar zou kunnen zijn. In deze betekenis van geloven geldt dus dat er geen zekerheid is over de kwestie.

Een tweede betekenis van geloven is het hebben van vertrouwen of overtuiging in een verwachting in ‘iets’ of iemand, wat bijvoorbeeld tot uiting komt in de uitspraak ‘zij gelooft in mij’. In deze betekenis gaat het dus om de persoonlijke overtuiging, dat iets zo is, gaat gebeuren of vaststaat. Geloven is dan vertrouwen en vervolgens stellen dat je het zo is.

‘Ik geloof in God, Allah, |Wat-Is|, het universum zoals een blinde gelooft in de zon. Niet omdat hij ze ziet, maar omdat hij ze voelt’.

Geloof zoals de Bijbel waarschijnlijk bedoeld, is een manier van denken, een geesteshouding, een innerlijke zekerheid, in de wetenschap dat het denkbeeld dat je onvoorwaardelijk aanvaardt in je bewuste geest, in je onderbewustzijn gestalte zal aannemen en zich in de buitenwereld zal manifesteren. In zekere zin is geloven iets voor waar aannemen, dat door je zintuigen en misschien door je verstand wordt ontkend. Met andere woorden: het is het beperkte, logische denkende en tot analyseren geneigde bewustzijn uit schakelen, teneinde volledig vertrouwen te schenken aan de onbegrensde vermogens van je bewustzijn.

Geloof is een gedachte in je geest die ervoor zorgt dat de kracht van je onderbewustzijn wordt verdeeld over alle aspecten van je leven, in overeenstemming met je denkgewoonten, je overtuigingen! De Bijbel heeft het over geloof op zichzelf. Dat waarin je geest gelooft, is eenvoudig dat wat je geest denkt! ‘Als gij kunt, geloof. Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft’. [Marcus 9, 23]

3.0 Mijn geloof

‘Wat is geloof? Het is absolute zekerheid dat onze hoop ook werkelijkheid wordt en het is het bewijs van dingen die wij niet kunnen zien’[Hebreëen 11:1]

Het onbegrensde geloof = het absolute geloof = het geloof van zeker-weten!

Als iemand zegt ‘ik geloof’ dan betekent dit niet dat hij daadwerkelijk gelooft, want ‘geloof’ in haar volmaaktheid wordt eerst ‘geloof’. Zonder twijfel heeft de priester het over het ‘geloof in de Kerk’ en de dominee over ‘geloof in de Bijbel’; beter bekend als het traditionele of kerkelijke geloof. Maar dat is niet de werkelijke betekenis van geloof. Geloof is het hoogtepunt van ‘geloof’ en als het geloof een bepaalde hoogte heeft bereikt, zal het groeien tot ongekende hoogte. Als ‘geloof’ volledig is, verandert het in het absolute geloof.

Geloof heeft dus met innerlijke beleving te maken, met innerlijk gevoel. Let wel, innerlijk gevoel, niet een gevoel dat zo maar komt aanwaaien. Het innerlijke gevoel dat door de Eeuwige Ziel – God, Allah, de Onvoorwaardelijke Universele Liefde – wordt vertegenwoordigd. Dat enige, unieke gevoel vertegenwoordigt God in jouw lichaam en wel door de aanwezigheid van je ziel; de vertegenwoordiger God hier op aarde. De mate van geloof is dus niet iets wat je kunt krijgen. Wanneer je probeert het te verkrijgen, kun je het in feite niet hebben. Het is iets dat je gewoon bent!

Dus het al-weten, het onbegrensde geloof, het zeker-weten komt vanuit het Goddelijke gevoel dat vanuit je hart komt en niet uit de opgelegde regels of uit je verstand, je geest. Door het te weten, weet je bij elke stap van je innige precair leventje welke stap de juiste stap is!

4.0 Weten

‘Wat je weet, is wat zo is’

Als je nu in plaats van ‘geloven’ het woord ‘weten’ gebruikt. Wanneer je werkelijk de vis hebt geproefd, weet je hoe die vis werkelijk smaakt. Dat wil zeggen: je kunt je eigen waarheid vaststellen op basis van je eigen ervaringen. Je weet niet hoe je moet zwemmen of fietsen door wat je ervan gelooft, maar omdat je er ervaring mee hebt.

Er is een fundamenteel verschil tussen ‘iets weten’ en ‘van iets weten’. ‘Ergens van weten’ is ook een vorm van geloven. ‘Weten’ is een woord dat uitsluiten is gereserveerd voor rechtstreekse ervaring, wat meteen betekent dat er geen twijfel meer is. Het al-weten, het zeker-weten, is geloof waarin alle twijfel aan de kant wordt gezet. Er bestaat hoe dan ook geen twijfel meer bij bijvoorbeeld het genezingsproces. Wanneer Jezus Christus een lepralijder benaderde, zou hij nooit zeggen: ‘We hebben de laatste tijd niet zoveel succes gehad met het bestrijden van lepra, maar als je mijn raad opvolgt, heb je dertig procent kans dat je de komende vijf jaar in leven blijft’. Nee, hij zei: ‘Gij zijt genezen’, en was daarvan overtuigd!

‘Wonderen komen voort uit het aan de kant zetten van de twijfel’[1]

Toch heeft de bestaande overtuigingskracht van omgevingsinvloeden – de Kerk, de internetcommunicatie, e.d. – een enorme invloed. Je wordt er voortdurend aan herinnerd wat je wel en niet hoort te geloven, en wat alle ouders en voorouders altijd hebben geloofd. Want – zo wordt er gedacht – wat zal er van jou worden als je negeert wat zij geloven. Dan wordt vrees de constante metgezel van je geloof. Ondanks de twijfels die je misschien van binnen voelt, neem je toch vaak aan wat zij geloven. Je bent op zoek naar een uitweg, maar je volgt niet anders dan het pad die vele generaties gelovigen je zijn voorgegaan.

Boeddha geeft je een goede raad. Hij zegt dat je pas dan naar je geloof mag leven wanneer het overeenstemt met de rede – dat wil zeggen, wanneer je voor jezelf weet dat het waar is. En die wetenschap is gebaseerd op je eigen waarneming en ervaringen! Probeer in de eerste plaats de raad, het advies of de geschreven teksten van bijvoorbeeld al mijn Nieuwsbrieven die leiden tot nieuwe inzichten volgens Boeddha’ s raad te doorgronden, te bekijken. Vraag jezelf af of het overeenstemt met jouw innerlijk gevoel – het zeker-weten – voordat je afgaat op je verstand; de geest! Besef en weet dat je niets kunt leren van de inspanningen van anderen.

De grootste leermeesters ter wereld kunnen je absoluut niets leren, tenzij je bereid bent datgene wat zij jou te bieden hebben, te toetsen aan wat jij al weet. Die grote leermeesters geven je alleen de kans je eigen keuzes te maken in het leven. Ze kunnen het heel aantrekkelijk laten klinken, en misschien zijn ze bereid je te helpen bij het maken van die ene keus. Ze kunnen zelfs de keus voorschrijven, maar jij moet uiteindelijk dat leven leiden. De gemaakte keuzes zelf ondergaan!

[1] Kanuna-genezer wordt opgeleid om alle twijfel aan de kant te zetten en zich tot ‘weten’ te beperken.

5.0 Gods Wil is vrije wil

Er is een ongekend aantal religies die allemaal een eigen stelsel van ‘instructies’ als weerspiegeling van haar ideëen over ‘hoe God de dingen wil’. Zo is verteld, dat God de mens naar zijn beeld en als gelijkenis heeft geschapen, maar vraag je jezelf eens af of het mogelijk is dat de religies God hebben vormgegeven naar het evenbeeld en de gelijkenis van de mens?

‘De dingen gebeuren omdat God het wil dat ze zo gebeuren’. Dat is de ‘wil’ van God. Een tragisch ongeluk? Een natuurramp met vele doden? Een dodelijke virus verwoest duizenden levens. Het is allemaal de wil van God zo wordt gezegd, want we kunnen niet in Gods Geest kijken om uit te vinden waarom deze dingen gebeuren. We moeten dat ook niet proberen, want Gods Geest is onveranderlijk en ondoorgrondelijk. Wie het Goddelijke Mysterie probeert op te lossen, verlangt naar kennis die onze pet te boven gaat. Het feit dat we het niet weten – kunnen weten – is een bewijs dat God het ‘wil’, zo wordt er geredeneerd door vele religieuze instanties en gelovigen.

Echter, de religies en de mensen hebben de aankondiging dat het Gods Wil is, gebruikt als excuus ter rationalisatie en rechtvaardiging van de meest barbaarse gedragingen die je maar kunt voorstellen. Wij, religies en kerkelijke instanties, religieuze groeperingen hebben deze gedragingen gebruikt om juist onze zin door te drijven en niet de Wil van God! Zij hebben hun wil opgedrongen en onze vrije wil ontnomen. En juist dat is |Wat-God-Niet-Is|. Het is Gods Wil dat wij allemaal beschikken over een vrije wil. En het is niet Gods Wil dat wij ononderbroken, oneindig zouden worden gestraft wanneer wij niet de keuzes maken die God graag zou willen. Als dat het geval was, hoe ‘vrij’ had God onze wil dan gemaakt? Neen, het is Gods Wil dat wij weten en ervaren |Wie-je-bent| door iedere gebeurtenis of ervaring te laten aantrekken die wij kiezen te scheppen, teneinde ons uiteindelijke doel te bereiken.

Onze dagelijkse problemen zijn niet gecreëerd door mensen die dingen doen die afwijken van wat zij zeggen dat ‘God wil dat zij doen’. Neen onze problemen zijn juist gecreëerd door mensen die exact doen wat zij zeggen dat ‘God wil dat ze doen’. Is je dat al eens opgevallen?

6.0 Het zoeken naar verwezenlijking

‘Spirituele Leermeesters’

Eén van de belangrijkste in het spirituele leven is het zoeken naar een leermeester. Dat bepaalt in zekere zin onze toekomstige spirituele ontwikkeling en wat we willen bereiken in dit leven. Maar voordat je iemand als je leermeester accepteert, moet je hem of haar aan een grondig onderzoek onderwerpen. ‘Handel niet als een hond die een homp vlees vindt’. De hond valt zonder meer op het vlees aan en schrokt het vlees naar binnen. Dus sla de persoon in kwestie eerst gade en kies hem of haar niet lukraak om zijn titel of invloed. Dergelijke dingen maken iemand niet tot een goede Dharma- of spirituele leermeester. De Dharma-leraar [1] of de spirituele leermeester is de leidsman op het spirituele pad en juist zo’n leermeester moet zich houden aan wat hij of zij verkondigt. Zo’n leermeester kan alleen leiding geven uit zijn eigen ervaring en niet op grond van intellectueel inzicht.

Het zoeken naar verwezenlijking’

Een leermeester moet bepaalde kwaliteiten bezitten. Hij of zij moet op zijn minst vriendelijk, behulpzaam zijn en zijn of haar eigen geest ‘getemd’ hebben. Want je neemt ten slotte een leermeester omdat hij of zij je kan helpen bij het temmen van je eigen geest. Dat wil zeggen dat de leermeester iemand moet zijn die zelf, door voortdurend te oefenen, een bepaalde graad van verwezenlijking heeft bereikt.

Boeddha heeft duidelijk aangegeven welke hoedanigheden hij of zij moet bezitten. Hij of zij moet trouw zijn aan de beoefening en heel veel weten over de Dharma. Een leermeester moet dus bedreven zijn op meerdere vlakken: meditatie, ethiek en wijsheid. Dit houdt in dat hij of zij ‘doorkneed’ moet zijn in de geschriften. Maar de leermeester moet ook iemand zijn die je vragen zonder omhaal van woorden kan beantwoorden, je twijfels kan wegnemen en wiens gedrag blijk geeft van innerlijke verwezenlijking.

De belangrijkste rol van de leermeester is dat hij of zij een transformatie teweeg brengt in je (onze) geest. Want …. de ontwaakte geest vormt in het ganse heelal de grondslag voor geluk en vrede. We willen een transformatie in de geest bewerkstelligen en dat stelt eisen aan je leermeester; geestelijke begeleider. Het is dus heel belangrijk dat je een eventuele leermeester goed bestudeert, voordat je een verhouding van meester-leerling met hem of haar aangaat. Ga naar hem of haar luisteren, want zo ervaar je uit eerste hand hoe het staat met zijn of haar vermogen tot het geven van onderricht. Je kunt bijvoorbeeld letten op zijn of haar levensstijl of iets over hem of haar aan de weet komen van mensen die hem of haar persoonlijk kennen.

Een transformatie in de geest’

Maar het allerbelangrijkste is wel het (innerlijke) gevoel dat je bij hem of haar ervaart op het moment dat je hem of haar ontmoet, ziet of hoort spreken in het openbaar. Als het ‘klikt’ voel je een bijzondere (energetische) band ontstaan; een zekere warmte in en rondom het hart – je hartstreek. Je raakt betrokken en geïnspireerd door de frequenties die het hart van de leermeester verspreidt. Je aura of elektromagnetisch energieveld wordt gevuld met zijn of haar positieve gedachten en gevoelens. Je raakt licht opgewonden en hebt het gevoel dat er op een of andere manier een herkenningsgevoel ontstaat of aanwezig is. Zijn of haar woorden komen je als het ware bekend voor. Dit komt omdat je onderbewustzijn wordt geraakt, positief wordt getriggerd. Het al-wetende – je innerlijke of hoger bewustzijn, je ziel – wordt geactiveerd.

Als die emotionele hartgevoelens niet binnen afzienbare tijd aanwezig zijn of komen, dan kan een eventuele verhouding meester-leerling of misschien nog beter uitgedrukt ‘meester en zoekende’ op niets uitlopen. Er is geen klik en het is dan beter dat je op zoek gaat naar een andere leermeester die wel bij past.

‘Vertrouwen – blindvertrouwen?’

Als je eenmaal een leermeester hebt gevonden en voelt dat je hem of haar kunt vertrouwen, moet je er voor waken dat er een breuk in de verhouding optreedt. Hoe gedraag jij je tegenover zo iemand? Je kunt hoe dan ook geen vertrouwen aankweken als je fouten in je leermeester ziet. Om dat tegen te gaan moeten we erbij stilstaan dat onze kijk niet altijd juist hoeft te zijn. Onze geest wordt verduisterd door onwetendheid; we zijn al zo lang misleid door de sterke invloed van onze eigen karmische daden. Tot we in staat zijn deze duistere wolken te verdrijven, zien we de ware aard van onze leermeester. Pas als zij aan ons verschijnen als gewone mensen als wijzelf zeggen hun daden ons iets. Dit betekent dat ze ook gewone menselijke zwakheden vertonen. Met ander woorden ze – de  leermeesters – staan niet boven ons, maar zijn gelijkwaardig. Als je de neiging om fouten van je leermeester door middel van dergelijke (persoonlijke) overwegingen kunt overwinnen, heb je vooruitgang geboekt.

Dit betekent niet dat je blindelings moet doen wat je leermeester je opdraagt. Als hij of zij je een advies geeft dat tegen de algemeen aanvaarde gedragswijze indruist, kun je hem of haar meedelen waarom je dit niet kunt doen. Dat is beter dan dat er uiteindelijke misverstanden ontstaan. Als jij je geest zo traint, neemt je vertrouwen in je leermeester gaandeweg toe en dat er een oprecht, euforisch gevoel voor hem of haar ontstaat …. zonder dat er enige vorm van bezitterigheid ontstaat.

Ware leiders zijn nauwelijks bekend bij hun volgelingen.

Vlak daarna komen de leiders

die de mensen kennen en bewonderen;

vlak daarna degenen die zij vrezen;

en daarna degenen die zij verachten. [Lao-Tse, zesde eeuw v. Chr.]

Wil jij in je eigen leven en in het leven van anderen een ware leider zijn, probeer dan de behoefte te weerstaan om erkenning te krijgen.

[1] Dharma in het hindoeïsme is het juist handelen, op de juiste tijd, op de juiste manier en om de juiste redenen volgends de universele wetten van de menselijke natuur wat tot tevredenheid, geluk en voorspoed zal leiden.

7.0 Slot

‘Geloof is niet zomaar zoeken. Het is zoeken in een diep vertrouwen dat het zoeken zin heeft, omdat het leven zin heeft. Hoe dieper je vertrouwen in een innerlijke begeleiding van je ziel, hoe stiller het kan worden in je geest en hoe meer je gaat leven vanuit je hart. Uiteindelijk hoef je niet meer te geloven. Je vertrouwt op God, op het leven zelf, en je leeft in het hier en nu ……om te ervaren |Wie-je-werkelijk-bent|, een kind van God’!

[Citaat Lisette Thooft, februari 2020]

Om bijvoorbeeld nu eens de wijsheid van Boeddha met betrekking tot ‘geloof’ eens toe te passen, raad ik je aan het volgende te doen:

  • Maak een lijst van alles wat je gelooft: je houding ten opzichte van religie, de doodstraf, rechten voor ondernemen, reïncarnatie, alternatieve geneeskunst, wat gebeurt er na je dood, culturele voordelen, het vermogen om wonderen te verrichten, etc. etc.
  • Bekijk je lijst en zeg eerlijk hoeveel van wat je daadwerkelijk gelooft, komt voort uit je eigen ervaring en hoeveel je hebt aangenomen van die ander. Probeer je geest open te stellen om eerst de dingen zelf te ervaren voordat je ze tot jouw waarheid verheft.
  • Spendeer niet te veel tijd of energie aan dingen waarin je niet gelooft, of waarvan je weet dat ze niet op jou van toepassing zijn. Laat je ook niet verleiden tot oeverloze discussies over ideeën die je door mensen zijn of worden opgedrongen.
  • Leer te begrijpen hoe het is om in de schoenen te staan van mensen die anders zijn dan jij bent. Hoe meer je van dit soort ‘tegengestelde’ ervaringen opdoet, hoe beter je de waarheid – jouw eigen – leert kennen.

Hans Zevenboom