Nieuws schizofrenie


balk2.jpg (42734 bytes)

Google


Effectiviteit antipsychoticum en bijwerking gewichtstoename mogelijk voorspelbaar

Het antipsychoticum Olanzapine (OLZ), voorgeschreven bij schizofrenie, kan bij sommige patiŽnten gewichtstoename en insulineresistentie veroorzaken. In zijn proefschrift toont Simon Evers aan dat de gewichtstoename door Olanzapine vooral voorkomt bij mensen met een lage thyroÔd stimulerend hormoon (TSH)-spiegel in het bloed. ĎOp basis van dit onderzoek en wat we al weten over schizofrenie, denk ik dat TSH een voorspeller kan zijn voor de effectiviteit van Olanzapine.í Evers laat ook zien dat het anti-epilepticum Topiramaat deze gewichtstoename kan tegengaan.

Lees verder


Onderzoek linkt traumaís in de kinderjaren aan schizofrenie

Onderzoekers aan de universiteit van Liverpool hebben ontdekt dat kinderen die flinke traumaís hebben meegemaakt drie keer meer kans hebben om in het latere leven schizofrenie te ontwikkelen. Deze bevindingen schijnen nieuw licht op de discussie over het belang van genetische en omgevingsfactorische prikkels van psychische onbalans. Voor vele jaren waren onderzoeken over de mentale gezondheid gericht op de biologische factoren achter aandoeningen zoals schizofrenie , bipolaire onbalans en psychotische depressie, maar er is nu steeds meer bewijs dat zegt dat deze aandoeningen niet helemaal te begrijpen zijn zonder eerst te kijken naar het levenservaringen van individuele patiŽnten.

Lees verder


Marker voor vergroot risico op schizofrenie gevonden

Een groep wetenschappers heeft een genetische variant ontdekt, die een wezenlijke hoger risico laat zien voor schizofrenie bij Ashkenazi Joden en andere bevolkingsgroepen. De studie is gepubliceerd door Cell Press op 5 augustus in American Journal of Human Genetics, associeert een verwijdering van chromosoom 3, wat leidt tot meer schizofrenie.

Lees verder

Pieter Tau


PotentiŽle nieuwe geneesmiddelenbenadering van schizofrenie

Bij patiŽnten met schizofrenie zijn verhoogde concentraties van kynureninezuur (KYNA) aangetroffen. Hoewel het nog niet duidelijk is of de verhoogde spiegels oorzaak of gevolg zijn van de symptomen van schizofrenie, trachtte Ulrike Dijkman via routes met bepaalde enzymremmers de fysiologische consequenties van verhoging en verlaging van KYNA verder in kaart te brengen.

Link


Herpes kan bijdragen aan cognitieve- en hersenafwijkingen bij schizofrenie

Blootstelling aan het veelvoorkomende virus dat een koortslip veroorzaakt kan gedeeltelijk verantwoordelijk zijn voor het krimpen van bepaalde delen van de hersenen en het verlies van concentratie vaardigheden, geheugen, gecoŲrdineerde bewegingen en behendigheid. Dit is op grote schaal gezien bij patiŽnten met schizofrenie, blijkt uit onderzoek onder leiding van Johns Hopkins.

"We vonden dat een deel van de cognitieve stoornissen meestal uitsluitend wordt toegeschreven aan de ziekte van schizofrenie zelf, maar het zou best kunnen zijn dat juist een combinatie van schizofrenie en eerdere blootstelling aan herpes simplex virus 1-infectie (die zich reproduceert in de hersenen) de oorzaak is", zegt studieleider David J. Schretlen, Ph.D., universitair hoofddocent bij de afdeling Psychiatrie aan de Johns Hopkins University School of Medicine.

Het onderzoek, beschreven in Schizophrenia Research welke in mei verscheen, zou kunnen leiden tot nieuwe manieren om cognitieve stoornissen te voorkomen of te behandelen, zoals oonder meer met antivirale geneesmiddelen, zeggen de wetenschappers.

Artsen weten al lang dat cognitieve stoornissen, waaronder problemen met psychomotorische snelheid, concentratie, leren en geheugen, overwegende kenmerken zijn van schizofrenie, welke naar schatting 1% van de Amerikaanse bevolking treft. Cognitieve tekorten zijn vaak maanden tot jaren oppervlakkig voordat ze ontwikkelen tot symptomen die traditioneel worden vastgesteld om deze ziekten te diagnosticeren, zoals wanen of hallucinaties.

Enkele voorgaande studies hebben aangetoond dat patiŽnten met schizofrenie en tevens in het bezit zijn van antilichamen tegen herpes simplex virus 1 (HSV-1), het virus dat een koortslip veroorzaakt, meestal vaker gediagnosticeerd worden met ernstige cognitieve stoornissen dan patiŽnten zonder deze antistoffen. Andere studies hebben aangetoond dat patiŽnten met HSV-1-antilichamen een verminderd hersenvolume hadden in vergelijking met patiŽnten zonder deze antilichamen. Het is echter onduidelijk of deze cognitieve tekorten rechtstreeks gerelateerd zijn aan het verminderde hersenvolume.

Voor het onderzoek rekruteerden Schretlen en zijn collega's 40 schizofrene patiŽnten uit poliklinieken aan de Johns Hopkins en Sheppard Henoch Pratt ziekenhuizen in Baltimore, Maryland. Bloedonderzoek toonde aan dat 25 van de patiŽnten antilichamen voor HSV-1 hadden en 15 hadden dit niet. De onderzoekers lieten de patiŽnten testen uitvoeren om de snelheid van hun coŲrdinatie, organisatorische vaardigheden en het verbale geheugen te meten. De patiŽnten ondergingen vervolgens MRI hersenscans de omvang van bepaalde gebieden in hun hersenen te meten.

Zoals in eerdere studies is aangetoond, bleken patiŽnten met antistoffen tegen HSV-1 beduidend slechter op de cognitieve tests scoorden dan patiŽnten zonder de antilichamen. Na uitbreiding op deze voorgaande onderzoeken, bleek uit de analyse van hersenscans dat dezelfde patiŽnten die slecht scoorden op de tests ook een verlaagd hersenvolume in de anterior cingulate, welke snelheid en de mogelijkheid om tussen taken te wisslen controleert. Er was ook vermindering in de kleine hersenen gevonden, welke motorische functies controleert.

Deze resultaten suggereren dat HSV-1 waarschijnlijk direct de veroorzaker van cognitieve tekorten door deze regio's in de hersenen aan te vallen, zegt Schretlen.

Hoewel de onderzoekers zijn niet zeker waarom schizofrenie de hersenen kwetsbaarder zouden kunnen maken voor een virale aanval, zegt Schretlen dat de resultaten nu al nieuwe manieren van behandelen van de stoornis suggereren. Uit gegevens van andere studies is gebleken dat antivirale medicijnen psychiatrische symptomen bij sommige patiŽnten met schizofrenie kunnen verminderen. "Als we schizofrene patiŽnten met HSV-1 antilichamen eerder kunnen opsporen, is het waarschijnlijk mogelijk om het risico of de omvang van cognitieve tekorten terug te dringen," voegt hij eraan toe.

Vertaal door: Lisa Hoving

Link


TV - je zal het maar hebben

Valerio gaat op pad met hen om zelf te ervaren hoe het is om met een handicap te leven. -Ellen is nierpatiŽnt. Valerio bezoekt haar als ze aan de dialyse ligt. Daarna eten ze samen, ondanks haar strenge zoutloze dieet, een zoute haring. Valerio is er een paar maanden later ook bij als ze een niertransplantatie ondergaat en een nieuwe nier krijgt van haar moeder. -Annelie is schizofreen, ze hoort stemmen in haar hoofd en hoort een klein kind zingen. Ook ziet ze dingen die er niet zijn. Valerio ervaart hoe dat is en gaat een dagje met Annelie op pad om te zien hoe zij samen met deze personen haar leven leeft.

Link


TV - Ik mis je

In 'Ik mis je' maakt Marion Lutke samen met nabestaanden een unieke herinneringsfilm over een overleden dierbare. Maaike wordt op 1 juli 1987 geboren. Het is gelijk liefde op het eerste gezicht tussen moeder Marjolein en haar dochter. In 1990 wordt het gezin uitgebreid met dochter Lonneke. Voor de buitenwereld is Maaike een vrolijk meisje dat dol is op zingen en graag in het middelpunt van de aandacht staat, maar thuis laat ze een andere kant van zichzelf zien. Op 13-jarige leeftijd vertelt Maaike haar moeder dat ze zichzelf snijdt. Niet lang daarna wordt ze opgenomen op de afdeling jeugdpsychiatrie. De gezondheid van Maaike verbetert niet. Ze gaat van instelling naar instelling en doet verscheidene zelfmoordpogingen. Uiteindelijk wordt de diagnose borderline en schizofrenie gesteld. Op 9 oktober 2006, als Lonneke in Amerika is, krijgt Marjolein een verdrietig bericht. In 'Ik mis je' vertellen Marjolein en Lonneke aan Marion Lutke over hun dochter en zus Maaike.

Link


Waarom schizofrenie-symptomen pas bij jong-volwassenen verschijnen?

Uit recent verschenen rapporten van twee nieuwe onderzoekstudies o.l.v. Johns Hopkins onderzoekers blijken er mechanismes te zijn die aan de basis van twee anatomische hersenafwijkingen liggen. Ze zouden beginnende schizofrenie kunnen verklaren, en ook waarom schizofrenie-symptomen pas bij jong-volwassenen zichtbaar worden. Beide anatomische en zeer kortstondige systeemfouten worden beÔnvloed door het gen DISC1. De spontaan gewijzigde (gemuteerde) vorm van dit gen werd voor het eerst ontdekt bij een Schotse familie met een zwaar verleden van schizofrenie en gelijksoortige mentale afwijkingen.

Link

Nelly Busschots


Leven met psychoses of schizofrenie doe je niet alleen

Op initiatief van Ypsilon, vereniging van familieleden van mensen met schizofrenie en/of psychose, heeft Stichting September voor het eerst in Nederland een zelfzorgboek voor de naastbetrokkenen van mensen met een psychische aandoening uitgebracht: het Zorgboek Schizofrenie,psychose en naastbetrokkenen. Als iemand in je naaste omgeving een psychose of schizofrenie ontwikkelt, is dat voor zowel degene die het betreft als voor de naastbetrokkenen pijnlijk en moeilijk te accepteren. Lange tijd was het voor de naastbetrokkenen niet vanzelfsprekend bij de zorg voor hun naaste betrokken te worden. Daar is gelukkig verandering in gekomen, onder meer dankzij Ypsilon.

Door de jaren heen is gebleken dat er betere behandelresultaten behaald worden als er goede afstemming met de naastbetrokkenen plaatsvindt. Nog altijd is die afstemming niet vanzelfsprekend. Wel steeds vaker beseffen hulpverleners dat de rol die de naastbetrokkenen innemen een grotere plaats verdient. Volgens ervaringen van cliŽnten en hun naastbetrokkenen stemt nu ongeveer de helft van de geestelijke gezondheidszorginstellingen (GGz) zaken af met de naaste omgeving.

Dubbele rol
Naast het verdriet om wat er met de naaste gebeurt, zien de naastbetrokkenen zich voor allerlei problemen geplaatst waar vaak geen eenvoudige oplossingen voor bestaan.
Naastbetrokkenen vervullen vaak een dubbele rol. Aan de ene kant bieden ze hulp en zorg aan hun naaste, zijn veelal mantelzorger. Anderzijds hebben zij zelf ondersteuning nodig om die zorg goed te kunnen verlenen, zonder dat zij zichzelf uitputten.

Zorgboek
Het Zorgboek Schizofrenie, psychose en de naastbetrokkenen is voor mensen geschreven die in hun naaste omgeving iemand met schizofrenie of psychose hebben. Het Zorgboek bevat een groot aantal onderwerpen die kunnen spelen in en om het leven met de diagnose schizofrenie en psychose, van medicijnen tot cognitieve gedragstherapie, van de dagbesteding tot (zelfstandig) wonen, en van (gedwongen) opname tot verslavingsproblemen. Per onderwerp worden eerst de basisfeiten gegeven, vervolgens praktische adviezen en ten slotte een of meer ervaringsverhalen.

Door het boek lopen enkele rode draden. Welke mogelijkheden zijn er voor de naastbetrokkenen om zelf voor hun naaste te zorgen? Hoe kunnen ze daarbij hun eigen grenzen bewaken? Wat zijn de mogelijkheden om samen te werken met professionele hulpverleners? Welke ondersteuning kunnen zij zelf krijgen? Steeds weer staat het perspectief van de naastbetrokkenen voorop.

Betrouwbare informatie
Het Zorgboek Schizofrenie, psychose en de naastbetrokkenen van Stichting September is gemaakt op initiatief van Vereniging Ypsilon, in het kader van het 25-jarig jubileum. Ypsilon zet zich met grote energie in voor de positie van zowel de naastbetrokkenen als hun zieke naasten.


Oestrogeen in de strijd tegen schizofrenie

Professor Ina Weiner van de faculteit psychologie van de Universiteit van Tel Aviv rapporteert de volgende bevindingen: het terugbrengen van de oestrogeenspiegel naar een normaal niveau biedt mogelijk bescherming tegen gevoeligheid voor schizofrenie bij vrouwen die in de menopauze zijn. Professor Weiner wijst erop dat er in de medische wetenschappelijke kringen een verhit debat plaatsvindt over de voors en tegens van hormoonvervangende therapie als aanvulling op de conventionele behandeling van schizofrenie. Tegenstanders wijzen op de verhoogde kans op baarmoederhalskanker en
hartinfarcten bij mensen die hormoonvervangende supplementen krijgen. Maar volgens deze studie van Weiner, waarbij gekeken werd naar specifieke factoren die mogelijk gerelateerd zijn aan schizofrenie, kan hormoonvervangende oestrogeentherapie positieve gedragseffecten hebben.

Link

Vertaling: Geertje van der Burgh


Nieuwe aanwijzingen voor rol herpes virus bij ontstaan schizofrenie

Erfelijkheid speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van schizofrenie. De precieze
oorzaak van de aandoening is echter nog onopgehelderd. Recent onderzoek toont aan
dat een infectie met het herpesvirus "onder meer veroorzaker van de koortslip" - een
belangrijke rol kan spelen. Promovenda Janine Doorduin vond hiervoor nieuwe
aanwijzingen. Ze toont in proefdieren aan dat een infectie van de hersenen leidt tot
een ontsteking in de hersenen. Hierdoor verandert het gedrag en de regulatie van
neurotransmitters op een manier die ook bij schizofreniepatiŽnten wordt waargenomen.
Wordt de herpesinfectie behandeld met antipsychotica, die worden gebruikt bij
schizofrenie, dan neemt de ontsteking in de hersenen af. Verder toont Doorduin aan
dat er bij schizofreniepatiŽnten met een psychose een ontsteking aanwezig is in de
hippocampus. In de temporale hersenen vond ze bij deze patiŽnten een infectie met
het herpesvirus. Nader onderzoek moet uitwijzen wat de precieze rol van het
herpesvirus is bij het ontstaan van schizofrenie.


Emoties herkennen moeilijk voor mensen met schizofrenie

Mensen met schizofrenie hebben vaak veel moeite met het herkennen van emoties
van anderen. Dit hangt niet per se samen met emotionele problemen, maar houdt
verband met andere symptomen van schizofrenie, concludeert Marjolijn Hoekert in
haar proefschrift. Diagnostiek en behandeling van emotie-perceptiestoornissen zouden
deel moeten uitmaken van de begeleiding van schizofreniepatiŽnten, stelt Hoekert.
Door patiŽnten te trainen in het herkennen van emoties van anderen, kunnen mogelijk
ook symptomen van schizofrenie verbeteren.

Link


Scientists demonstrate link between genetic defect and brain changes in schizophrenia

For decades, scientists have thought the faulty neural wiring that predisposes individuals to behavioral disorders like autism and psychiatric diseases like schizophrenia must occur during development. Even so, no one has ever shown that a risk gene for the disease actually disrupts brain development. Now, researchers at the University of North Carolina at Chapel Hill School of Medicine have fund that the 22q11 gene deletion- a mutation that confers the highest known genetic risk for schizophrenia - is associated with changes in the development of the brain that ultimately affect how its circuit elements are assembled.


'Disfunctionele perceptie syndroom' nieuwe naam voor schizofrenie

De patiŽntenvereniging Anoiksis heeft zaterdagavond 3 oktober op een feestelijke bijeenkomst in Utrecht de nieuwe naam voor de ziekte schizofrenie bekend gemaakt: disfunctionele perceptie syndroom (dps). De naam werd uit 320 inzendingen op een in april begonnen prijsvraag gekozen door een jury bestaande uit een vertegenwoordiger van de vereniging Anoiksis, de familievereniging Ypsilon, psychiater Jules Tielens en vanuit maatschappelijk perspectief Judith Pennarts, verslaggever NOVA.

Zowel patiŽnten als familie ergeren zich aan het verkeerde gebruik van het woord schizofrenie in de gewone taal en willen daarom een andere naam die geen associaties oproept met de dubbele persoonlijkheid. "De kern van de ziekte is een verkeerde, disfunctionele, interpretatie van de waarneming in de hersenen van de patiŽnt en dat is precies wat de nieuwe naam benadrukt", aldus de jury.

Belangrijk is volgens de jury ook dat de nieuwe naam niet verbasterd kan worden tot aanduiding van een persoonlijkheid van de patiŽnt. De schizofrene persoonlijkheid bestaat niet, ook al wordt dat in nieuwsberichten vaak wel gesuggereerd. PatiŽnten met het disfunctionele perceptie syndroom zijn er in allerlei vormen, met allerlei persoonlijkheden, van zachtaardig tot misdadig zoals dat ook onder gezonde mensen het geval is.

---

Ik ben blij dat er gekozen is voor een gemakkelijk te onthouden naam die veel mensen zal aanspreken..... :)

Misschien dat we ADHD ook kunnen omdopen in "Het syndroom waarmee apothekers en psychiaters hun zakken vullen ten koste van een kwetsbare groep kids". Dat geeft meteen duidelijkheid naar het publiek toe....

En "De kern van de ziekte is een verkeerde, disfunctionele, interpretatie van de waarneming in de hersenen", is dit niet het probleem bij veel politici die de burger compleet negeren bij hun beslissingen ?

Het is maar een idee......

Ron


Hallucinaties bij schizofrenie gelinkt aan gestoorde taalwaarneming

Hallucinaties van mensen met schizofrenie komen voort uit stoornissen in de waarneming van gesproken taal, concludeert Ans Vercammen op basis van haar promotieonderzoek. Vercammen verrichtte onder meer gedragsexperimenten bij een gezonde studentenpopulatie en een groep patiŽnten met schizofrenie. Hierbij onderzocht ze de relatie tussen de waarneming van gesproken taal en de neiging tot het ervaren van hallucinaties. Ook gebruikte de promovenda MRI scans om de oorsprong van hallucinaties in kaart te brengen. Hierbij bleek dat bij hallucinerende patiŽnten een aantal hersengebieden, die betrokken zijn bij zogenaamde ‘interne spraak’, in volume afwijken van die van gezonde proefpersonen, en ook anders functioneren. Vercammen toont aan dat het horen van stemmen bij schizofrenie voortkomt uit fouten in normale denkprocessen, die bij alle mensen een rol spelen.


Schizo door een parasiet?

Eencellige morrelt aan brein en gedrag

Psychiater Fuller Torrey probeert al 35 jaar te bewijzen dat schizofrenie een infectieziekte is. In 2001 wijdde The New York Times Magazine on the Web er een boeiend artikel aan. De toxoplasma-parasiet verandert ratten in kattenliefhebbers, met fatale gevolgen. Bij mensen wordt hij in verband gebracht met schizofrenie. En inderdaad: medicijnen die tegen deze psychiatrische aandoening helpen, onderdrukken ook de kattenliefde van geÔnfecteerde ratten. Toeval?

Link


Structurele hersen-'afwijkingen' in schizofrenie en depressieve stoornis

In zijn proefschrift beschrijft Cťdric Koolschijn verschillende MRI-onderzoeken naar schizofrenie en depressieve stoornis. Koolschijn wilde weten of factoren als leeftijd en medicatie invloed hebben op de progressieve hersenveranderingen bij schizofreniepatiŽnten. Hij analyseerde daarom de volumeverandering van de hippocampus, een hersenstructuur die belangrijk is voor leren en geheugen, bij patiŽnten met schizofrenie en gezonde controles. Inderdaad bleek het leeftijdsverloop van volumeveranderingen in de hippocampus te verschillen tussen patiŽnten met schizofrenie en gezonde individuen. Ook bleken eerste generatie en tweede generatie antipsychotica verschillend van invloed te zijn op de volumeverandering van de hippocampus bij schizofreniepatiŽnten. Koolschijn concludeert dat vervolgonderzoek zich zou moeten richten op het combineren van MRI-technieken en meer longitudinaal onderzoek om hersenveranderingen beter in kaart te brengen en de invloed van externe factoren zoals medicatie beter te begrijpen.


UMCG start onderzoek naar inzet webtechnologie bij schizofrenie

Het Universitair Medisch Centrum Groningen begint met het Instituut voor Wiskunde en Informatica (IWI) van de RUG een onderzoek naar de mogelijkheid om webtechnologie in te zetten bij de behandeling van schizofreniepatiŽnten. Doel hiervan is tweeledig: bezien of de patiŽnt zelf meer invloed kan krijgen op de behandeling en nagaan of dit kan leiden tot voorkůmen van opnames of een verkorting van de opnameduur. Het UMCG en IWI hebben voor dit onderzoek een subsidie ontvangen van ZonMW, de Nederlandse organisatie voor Gezondheidsonderzoek en Zorginnovatie. PatiŽnten die lijden aan schizofrenie hebben uiteenlopende behoeften aan zorg en gebruiken daarom veelal een combinatie van voorzieningen, zoals psychiatrische zorg, rehabilitatie en woonvoorzieningen. Hierdoor speelt het aanbod van zorg en de keuze voor specifieke interventies niet altijd voldoende in op de individuele zorgbehoeften van patiŽnten. De onderzoekers willen patiŽnten een softwareprogramma - My Care genaamd - in handen geven. My Care combineert hun individuele profiel met specifieke informatie en beschikbare interventies. Dit kan patiŽnten beter informeren en ze daardoor tot meer gelijkwaardig gesprekspartners maken van hun behandelaars. Ook contactmogelijkheden tussen patiŽnt en behandelaar en tussen patiŽnten onderling maken deel uit van de webtechnologie. De uiteindelijke toepassingsmogelijkheden van My Care worden samen met de patiŽnten ontwikkeld en vastgesteld. De onderzoekers willen nagaan of patiŽnten hiermee beter in staat zijn hun ziekte zelf te managen. Zo kan een effect zijn dat de patiŽnt vaker contact heeft met de behandelaar. Ook is lotgenotencontact tussen patiŽnten hiermee wellicht beter te realiseren. Tevens kan het effect van medicatie sneller of beter blijken. Als de toepassingen zijn vastgesteld en het systeem operationeel is, gaan de onderzoekers het gebruik en de effecten van My Care na. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Universitair Centrum Psychiatrie van het UMCG en het IWI. Er wordt samengewerkt met Lentis, GGZ Friesland en GGZ Drenthe. Het onderzoek zal vier jaar gaan duren. In Nederland is nog niet eerder bij deze groep patiŽnten deze nieuwe vorm van zorg toegepast.


Geschiedenis antipsychotica: een registratie over 50 jaar van meer kwaads dan goeds

Volgens de normen in de zorg voor schizofrenie is het nodig om patiŽnten onbepaalde tijd antpsychotische medicijnen te blijven voorschrijven. Het bewijs voor deze praktijk komt voort uit onderzoek waaruit blijkt dat de medicijnen doeltreffend zijn bij de behandeling van acute psychotische symptomen en bij het voorkomen van terugval [1,2]. Historici voeren ook aan dat door de introductie van neuroleptica in de jaren 50 de psychiatrische ziekenhuizen leger raakten en dat dit nader bewijs vormt voor de verdiensten van deze medicijnen [3]. Toch blijven de langetermijnresultaten voor schizofrenie mager en mogelijk niet beter dan 100 jaar geleden, toen watertherapieŽn en frisse lucht de gebruikelijke behandelmethoden waren [4-7].  Het onderzoeksoverzicht vertoont een duidelijke paradox. De werkzaamheid van neuroleptica lijkt vast te staan maar toch is er onvoldoende bewijs dat aantoont dat deze medicijnen het leven van patiŽnten op de lange termijn hebben verbeterd. Deze paradox heeft onlangs geleid tot een ongebruikelijk redactioneel artikel in Eur. Psychiatry, waarin de vraag werd gesteld: "Zijn wij, na vijftig jaar neuroleptische medicijnen, in staat om de volgende, eenvoudige vraag te beantwoorden: Zijn neuroleptica doeltreffend bij de behandeling van schizofrenie?" [8]. Een diepgaande beoordeling van de onderzoeksliteratuur levert een verrassend antwoord op. Een overmacht aan bewijs toont aan dat de huidige zorgstandaard "voortdurende medicatietherapie voor alle patiŽnten met deze diagnose" meer kwaad dan goed doet.

--

Dit betreft een wetenschappelijk artikel van een geronnomeerd medisch auteur/journalist die zich heeft gespecialiseerd in antipsychotica. Hij heeft meerdere jaren met een bedrijf de ontwikkeling van antipsychotica gevolgd (CenterWatch), en hij was directeur publicaties aan Harvard Medical School. Hij is zeer geÔntereseerd om mee te werken aan een interview over het onderwerp. Zijn e-mail is robert.b.whitaker@verizon.net. Zijn website is www.madinamerica.com (bestseller in Amerika) Het originele artikel in Elsevier is hier te downloaden in PDF formaat, en is hier professioneel vertaald:

Link 1

Link 2


Hoogleraren in The Lancet: Etiket schizofrenie is bedrog en moet afgeschaft

Er hangen veel valse mythen rondom schizofrenie, bijvoorbeeld dat het synoniem is voor een gespleten persoonlijkheid. Omdat het eerder een verzamelnaam is voor een nog onbekend aantal onderliggende ziektes, zou de benaming schizofrenie afgeschaft moeten worden. Dat zeggen de twee hoogleraren psychiatrie Jim van Os en Shitij Kapur in een artikel dat in augustus in medisch tijdschrift The Lancet verschijnt.

Link


 

 


 


View My Stats